De bedding van de Schelde heeft zich in de loop der eeuwen
danig verlegd. De Oude Schelde in Weert, het kleinste dorp
van Klein-Brabant, is een overblijfsel van de vroegere loop
van de Schelde. Vandaag is het een waar vissersparadijs, 6
km lang en gemiddeld 100 m breed.
Tot halverwege de 13de eeuw mondde de Durme ter hoogte van
Temse uit in de Schelde (zie kaartje). Vermoedelijk als gevolg
van hoge waterstanden en getijdenstromingen kwam daar verandering
in. De Schelde zocht een nieuwe bedding vanaf Branst tot Tielrode,
waar ze samenvloeide met de Durme. Er ontstond dus een dubbele
verbinding tussen de rivier en de bijrivier, en Weert kwam
op een eiland te liggen. De Schelde nam de benedenloop van
de Durme in, waardoor de oude Scheldebedding verzandde en scheepvaart
onmogelijk werd.
Omstreeks 1330 liet Robrecht van Castel twee dijken bouwen, één
stroomopwaarts en één stroomafwaarts. Zo werd
de oude bedding afgesloten van de nieuwe. Op het einde van
de 16de eeuw werd op initiatief van de Spanjaard Pedro Coloma
het Sas van Weert gebouwd, waardoor schepen toch naar het centrum
van Bornem konden varen. Dat sas, buiten gebruik sinds 1961,
is het oudste waterbouwkundige monument van Vlaanderen. In
2001 werd het gerestaureerd.
Doordat de Oude Schelde volledig is afgesloten van de Nieuwe
Schelde kan er geen vervuild Scheldewater binnenstromen. Zuiver
water wordt aangevoerd vanuit Breeven, een recreatie- en natuurgebied
ten zuiden van het Bornemse dorpscentrum. Daardoor zijn de
oevers van de Oude Schelde botanisch van grote waarde, komen
er veel vogelsoorten voor en is er een rijk visbestand (snoek,
baars, karper, paling…).
De specialiteit van de vele restaurantjes in de buurt is ‘paling
in ’t groen’. Met frietjes en een koel wit wijntje
is dat een echte lekkernij. Een andere streekspecialiteit zijn
asperges. De dorst kan gelaafd worden met een Duvel van brouwerij
Moortgat uit het nabijgelegen Breendonk.
Weert was vroeger een dorp van mandenvlechters. Die gebruikten
daarvoor ‘wissen’, jonge scheuten van de katwilg,
die in overvloed groeide op de vochtige gronden. Stille getuigen
uit die tijd vindt u in het streekmuseum De Zilverreiger, de
vroegere woning van de dorpsonderwijzer. Er is ook materiaal
te zien uit de Scheldevisserij, de klompenmakerij, de kuiperij
en de vlasbewerking. Naast een Klein-Brabantse boerenkamer,
ingericht zoals rond 1900, is er ook een gezellig cafeetje
waar men oude volkssporten kan beoefenen. Eveneens is hier
de toeristische dienst gevestigd en kan u er terecht om fietsen
te huren.
Eveneens de moeite waard is een bezoek (enkel op afspraak)
aan het bijna duizend jaar oude kasteel van de graven van
Bornem. Momenteel wordt dat bewoond door John van Marnix
van Sint-Aldegonde,
die een indrukwekkende koetsencollectie opbouwde. De graaf
is een nazaat van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, schrijver,
politicus, geleerde en assistent van Willem van Oranje. Naar
hem is de Marnixring genoemd, een collega-serviceclub die
tot doel heeft de Nederlandse taal- en cultuurgemeenschap
te dienen.
Meer info: www.bornem.be
www.kasteelmarnixdesaintealdegonde.be