De officiële website van Rotary in België en Luxemburg       District 1620 District 1630 District 2170  
Rotary België - Luxemburg  
Home | Publieke ruimte | Nieuws | Agenda | Download Center | Hulp  
  Nieuws nl | fr
 
U bent hier: Home > Nieuws > Interview > Bernard Rosen : ‘De Rotariërs bepalen het imago van Rotary, niet de media’
 
 
   
  Nieuws
   
  Nieuws
   
  Archieven
   
  Nieuws per thema
   
  Rotary in foto's
   
   
   
   
 

Nieuws

 


Bernard Rosen : ‘De Rotariërs bepalen het imago van Rotary, niet de media’

De RI-directors en hun partners tijdens een ontspannen moment
De RI-directors en hun partners tijdens een ontspannen moment
Grotere afbeelding

In ons vorige artikel brachten we het eerste deel van een interview met PDG 2170 Bernard Rosen, lid van de Centrale Raad (Board of Directors) van RI. Hiernaast vindt u het tweede en laatste deel van dit gesprek.

 

In september 2008 organiseert Rotary een ‘Institute’ in Brussel. Wat houdt dat in?

Zo’n Institute – of ‘colloquium’- is een jaarlijkse vergadering voor alle leidende figuren van Rotary (DG’s, PDG’s, toekomstige DG’s…) uit één of meer zones.

Het doel is de deelnemers te informeren over de programma’s en het beleid van RI en van de Rotary Foundation. Men kan er suggesties doen over de programma’s en succesvolle projecten voorstellen, zodat deze als inspiratiebron kunnen dienen voor andere Rotariërs en de Centrale Raad. Verder heeft een Institute een belangrijke motiverende functie door de gesprekken die het op gang brengt en door de ‘teambuilding’ bij de deelnemers.

 

Wie zal instaan voor de organisatie van dit evenement?

Toen ik in juli 2007 mijn functie opnam, heb ik de eerste contacten gelegd voor de samenstelling van een beperkt comité. De antwoorden hebben mijn verwachtingen overtroffen. Mijn ‘co-conveners’ worden verkozen RI-director Catherine Noyer-Riveau uit Frankrijk en mijn Schotse Board-collega Gordon McInally. Het beperkt comité wordt voorgezeten door PDG 2170 Stephan Van Huffelen en zal een eerbetoon krijgen in de programmabrochure, die begin 2008 verschijnt. Bovendien is mijn club, Rc Bruxelles, al ijverig aan de slag met de voorbereidingen. Ten slotte zal RBS, in het kader van haar nieuwe taken, instaan voor de administratieve logistiek, de coördinatie van de sponsoring en de communicatie.

Het Institute zal plaatsvinden van 24 tot 28 september in het Sheratonhotel (Rogierplein) en het Plazahotel (Adolphe Maxlaan). Er zullen Rotariërs te gast zijn uit de zones 11 tot 14, en van de zones 17 en 18 (RIBI). Samen tellen die zones 89 districten. We verwachten ongeveer 500 deelnemers uit meer dan tien verschillende landen.

 

Wat worden de doelstellingen en prioriteiten van het Institute?

Het Institute moet eerst en vooral beantwoorden aan de algemene doelstellingen die door Evanston worden gesteld en die ik daarnet vermeld heb. Daarnaast willen we de kans grijpen om het woord te geven aan Inner Wheel en aan de jongeren binnen de Rotaryfamilie (Rotaracters, Interacters, Foundation-bursalen, RYLA-deelnemers…). We willen erachter komen wat hun betrachtingen zijn, wat Rotary voor hen kan doen en vooral wat we samen kunnen doen ten bate van de mensheid.

Als ‘Liaison Director’ bij de RI-commissie Jeugd heb ik verscheidene van jongerenactiviteiten bijgewoond. Ik heb daarbij gemerkt dat wij, Rotariërs, aan de jongeren vragen om naar ons toe te komen terwijl zij ons vragen om naar hen toe te komen! Ik hoor steeds zeggen dat zij onze toekomst vormen… Ik denk dat wij naar de toekomst moeten gaan met de boodschap dat onze opvolgers ons niet moeten nadoen, maar verder en hoger moeten reiken, met hun eigen aanpak. Ik zou ook graag van niet-Rotariërs horen hoe zij tegen Rotary aankijken en waarom ze zich niet hebben aangesloten. Ten slotte wil ik, op basis van groepsgesprekken, aan Evanston een ‘Europese visie op Rotary International van morgen’ overbrengen. Het thema van het Institute – dat ik u hier in primeur geef – luidt trouwens: Come to Brussels and meet Europe.

 

Zijn er dingen die u aan Rotary zou willen veranderen?

Ik zie het veeleer als ‘doen evolueren’ dan als ‘veranderen’. Ik vindt dat Rotary een vorm moet zoeken die meer aangepast is aan de hedendaagse maatschappij. De Centrale Raad is zich daarvan al jaren bewust. Paul Harris zei trouwens zelf dat er ‘bij Rotary niets zo “heilig” mag zijn dat het niet door iets beters vervangen kan worden’.

In de hele Rotarywereld wordt er door pilootclubs nagedacht en geëxperimenteerd om na te gaan wàt er precies moet evolueren en hoe dat moet gebeuren zonder onze eigenheid in gevaar te brengen. Ik sluit mij daar graag bij aan.

Ik ben verder erg begaan met het feit dat veel Rotariërs RI niet goed kennen en met het verkeerde beeld dat er bij het grote publiek van Rotary heerst. Dat is een gevolg van onze overdreven bescheidenheid. Vandaag leven we in een wereld van communicatie. Het is van het grootste belang dat we laten zien dat we trots zijn om Rotariër te zijn.

Iedereen kent het grapje ‘Waar gaat Rotary naartoe? Naar het dichtstbijzijnde restaurant!’. Het beeld dat bij de mensen heerst, is grotendeels dat van oude heren die samen dineren en mannen en vrouwen die in hun vrije tijd enkele cheques uitschrijven voor minderbedeelden. Rijke mensen dus, die mijlenver af staan van ontbering en armoede. Hoe wil je dan dat jongeren zeggen ‘Van dié organisatie wil ik lid worden’?

Het imago van Rotary wordt tot stand gebracht door de Rotariërs zelf. Het is niet zo dat journalisten of televisiecamera’s dat imago bepalen, geloof me vrij. Ik denk dat zelf een grondige kennis hebben van onze organisatie, geslaagde acties organiseren en dit bekend maken de sleutels zijn voor een positief Rotary-imago.

 

Hebt u ondanks uw drukke agenda nog tijd voor één of andere hobby?

Zeker. Rotariër zijn is geen opoffering, het is een levensstijl! Ik houd van fotografie en heb steeds een camera bij me. Ik ben ook een fervent kruiswoordpuzzelaar, waardoor ik me nooit verveel in de wachtzaal van een vliegveld. Van kindsbeen ben ik al geïnteresseerd in filosofie en ik schrijf gedichten. Ik heb net een verzameling gedachten af in haiku-stijl (een haiku is een Japanse dichtvorm van drie regels, die sterk symbolisch geladen is). Misschien is er een uitgever bij uw lezers?

Door Rotary heb ik toch twee hobby’s moeten opgeven: pianospelen en hondendressuur. Maar betekent vrijheid niet dat men keuzes kan maken in het leven?

 

Wat kan u boos maken?

Mijn onmacht tegenover de menselijke domheid, waarvan het rijk, zoals Jacques Brel zei, miskend is. Ik citeer in dat verband graag Albert Einstein: ‘Ik denk dat twee dingen oneindig zijn: het universum en de menselijke domheid’. Wat het eerste betreft, heb ik zo mijn twijfels…

 

Wat zou u doen mocht u met de Lotto het grote lot winnen?

Ik zou lid worden van de Arch Klumph Society, genoemd naar de stichter van de Rotary Foundation. De vereniging groepeert al wie US$ 250.000 of meer heeft geschonken aan de Foundation. Daarna zou ik me inschrijven voor een cursus aan één van de Rotarycentra voor Internationale Studies inzake Vrede en Conflictbeheersing en vredesambassadeur worden. Maar dat zal voor een ander leven zijn, want ik speel nooit met de Lotto…

 

Voelt u er iets voor om, na uw mandaat als director, RI-voorzitter te worden?

Ik heb me nooit kandidaat gesteld voor om het even welke functie die ik bij Rotary heb bekleed. Ik heb me wel steeds ter beschikking gesteld wanneer vrienden meenden dat ik ‘de juiste persoon op het juiste moment’ was. Als ik vandaag director ben, is dat omdat mijn peter me destijds gevraagd heeft om een Rotaryvriend te worden. Sindsdien ontdek ik dag na dag de magie van onze organisatie, die maakt dat de Rotariërs hun bevoorrechte situatie delen met mensen die niet het geluk hadden om aan de ‘goede’ kant van de aarde en op het juiste moment geboren te worden. Die mensen zullen misschien nooit een Rotariër ontmoeten, maar het vergulde Rotarywiel met zijn 24 tanden zal hen eraan herinneren dat er, 24 uur op 24, ergens iemand aan hen denkt.

Rotariër zijn is niet alleen een groot voorrecht, maar behelst ook een grote verantwoordelijkheid, want wij hebben de kracht om de wereld te veranderen. Ik heb me vaak afgevraagd of we geen buitensporige, of zelfs afschrikwekkende kracht in handen hebben. Maar volgens mij is die kracht een zegening als wat we denken, zeggen en doen overeenstemt met ons Rotary-ideaal, als ze een basis is voor wederzijdse welwillendheid, als ze onze vriendschap versterkt en als ze iedereen ten goede komt. Het is een zegening als we er ons bewust van zijn dat wij als individuen niets kunnen verwezenlijken, maar door samenwerking heel veel en dat vriendschap ons tegelijk de weg wijst en onze energiebron en onze beloning is.

D.C.

   
   
 
Gelijkende artikels

-
-
-

Alle artikels over eenzelfde thema

 



   
Foto's

  Maak startpagina Startpagina Voeg deze pagina toe aan uw favorieten Favorieten Print Print Reageer op deze pagina Reageer Stuur deze pagina door Stuur door


Nieuws - Index
Beurzen
BRESA
Centrale Raad
Clubs in actie
Conventie

Gezondheid
Interact
Internet
Interview
NVSG

PolioPlus
Prijzen
Rotary Basics
Rotary Foundation
Rotary
VBRCOS
Vriendenkringen
Water
Wetenschap
ZZG

[Top pagina]

 

 
Rotary International

Wilf Wilkinson, Président du Rotary International, 2007-08
Wilf Wilkinson
RI-voorzitter
District 1620
- Rotary Stichting
- Assembly D 1620: Een assembly ‘nieuwe stijl’
- Districtsconferentie D 1620

Nieuwsoverzicht District 1620
District 1630
- Een nieuwe structuur voor het lidgeld t.b.v. de Rotariërs
- Districtsconferentie
- Oproep aan kandidaten voor een beurs voor de opleiding van «vredestichter»

Nieuwsoverzicht District 1630
District 2170
- Project: Water voor Niger

Nieuwsoverzicht District 2170
Rotary Foundation

Robert S. Scott, Président 2007-2008 du Conseil d'administration de la Fondation Rotary
Robert S. Scott
Voorzitter Rotary Foundation

Contacteer ons | Zoeken | Hulp
Gebruiksvoorwaarden © 1997-2008