De officiële website van Rotary in België en Luxemburg       District 1620 District 1630 District 2170  
Rotary België - Luxemburg  
Home | Publieke ruimte | Nieuws | Agenda | Download Center | Hulp  
  Nieuws nl | fr
 
U bent hier: Home > Nieuws > Interview > Dirk Frimout: ‘De ruimte, een bron van inspiratie voor de jeugd’
 
 
   
  Nieuws
   
  Nieuws
   
  Archieven
   
  Nieuws per thema
   
   
   
   
 

Nieuws

 


Dirk Frimout: ‘De ruimte, een bron van inspiratie voor de jeugd’ - 07/10/2008

Dirk Frimout
Dirk Frimout

Burggraaf Dirk Frimout (°Poperinge, 1941) is de eerste Belgische astronaut die een ruimtevlucht maakte. Van 24 maart tot 2 april 1992 nam hij, samen met zes Amerikaanse collega’s, deel aan vlucht STS-Atlantis 45. Hij was er verantwoordelijk voor een aantal wetenschappelijke experimenten, vooral in verband met de invloed van de zon op de aardatmosfeer. Sindsdien is Dirk Frimout een ‘BV’.

 

Bent u na uw ruimtevlucht een ander mens geworden?

Mijn vlucht met het ruimteveer Atlantis heeft mijn leven grondig overhoop gehaald, maar dat heb ik pas achteraf beseft. Ik had met mijn baas op het Europees Ruimtevaartagentschap (ESA), waar ik toen werkte, gewed dat de vlucht niet veel invloed zou hebben op mijn leven en dat ik mijn gewone werk na twee maanden weer zou opnemen. Die weddingschap heb ik grandioos verloren en ik heb mijn baas dus een fles champagne moeten betalen (lacht). Mijn trip door de ruimte heeft ook gevolgen gehad voor mijn manier van denken. Door naar het dunne laagje atmosfeer rond onze aarde te kijken, ben ik me bewust geworden van de kwetsbaarheid van onze blauwe planeet en van de noodzaak om haar te beschermen. In de onmetelijkheid van het heelal is de aarde immers maar een klein rotsblokje met zes miljard bewoners, die hun best moeten doen om het voortbestaan van onze planeet te verzekeren.

 

Hoe zag uw loopbaan eruit na uw terugkeer?

Ik ben nog een jaar bij de ESA gebleven. Dan ben ik teruggekeerd naar België om voor Belgacom te werken. Daar heb ik mee een onderzoeksgroep opgericht van 50 ingenieurs. Daarna ben ik aan de slag gegaan bij het internationale farmaceutische bedrijf Tibotec, dat gespecialiseerd is in de ontwikkeling van geneesmiddelen tegen aids. Ik heb ook verscheidene consultancy-opdrachten uitgevoerd. Nu ben ik 67 jaar en met pensioen.

 

Maar toch nog actief?

Inderdaad. Ik steek veel tijd in de promotie van ruimtevaart bij de jeugd. Vooral via de Euro Space Society, waarvan ik voorzitter ben. Die werkt samen met het Euro Space Center in Redu. We bieden daar zogenaamde ‘ruimteklassen’ aan, waar jaarlijks ongeveer 10.000 jongeren op afkomen. Door hen op een leuke en wetenschappelijk verantwoorde manier de ruimte te laten ontdekken, willen we hen motiveren voor een technische of ingenieursopleiding. Met die bedoeling ga ik ook vaak spreken in scholen. De ruimte is namelijk een ideaal platform om tal van onderwerpen te benaderen: geografie, fysica, biologie, wiskunde, enz. Ook ‘mijn’ Dirk Frimout Stichting heeft een gelijkaardig doel – jongeren interesseren voor wetenschap en techniek – via diverse activiteiten in samenwerking met het wetenschappelijk attractiepark Earth Explorer in Oostende. Na wat ik heb mogen beleven, vind ik het mijn plicht om mijn enthousiasme te delen met anderen.

 

Krijgt u nog veel uitnodigingen voor voordrachten?

Minder dan vijftien jaar geleden, maar ik moet toch nog regelmatig uitnodigingen weigeren. Ik probeer voorrang te geven aan scholen en goede doelen. Ik geef ongeveer één voordracht per maand, soms ook in bedrijven. In principe ga ik niet naar serviceclubs, want daar zijn er zoveel van. En wat je voor de ene doet…

 

Voor Rotary heeft u nochtans een uitzondering gemaakt…

Inderdaad, omdat ik erelid ben van Rc Bruxelles leek het mij niet meer dan logisch om een voordracht te geven bij de club. Toen ik nog in Brussel woonde, probeerde ik minstens twee keer per jaar een clubvergadering bij te wonen. Nu ik naar Gent verhuisd ben, ligt dat moeilijker. Onlangs heb ik wel een bezoek gebracht aan de ‘Classes d’eau’, een prachtig educatief project van de Rotaryclubs uit de buurt van Verviers.

 

Door de ruimte reizen was een jeugddroom van u. Wat voelde u toen die droom werkelijkheid werd?

Het meest euforische moment was toen we, in een baan om de aarde, de motoren van het ruimteveer hebben uitgeschakeld en we ons in gewichtloze toestand bevonden. Ik heb me losgemaakt uit mijn zetel om door het raampje naar de aarde te kijken. Toen heb ik bij mezelf gezegd: ‘Wat er ook gebeurt, mijn droom is uitgekomen.’ Maar die euforie duurde maar even, want we zijn al snel aan het werk gegaan. In het begin was dat niet makkelijk, want het menselijk lichaam heeft ongeveer twee dagen nodig om zich aan te passen aan de gewichtloosheid. Je voelt je dan vaak misselijk.

 

U heeft heel wat geduld moeten oefenen vooraleer u de ruimte in kon.

Inderdaad, in 1985 werd ik door de NASA geselecteerd als eerste reserve-astronaut voor een vlucht die eind 1986 moest plaatsvinden. Maar door de ontploffing van het ruimteveer Challenger in januari 1986 werd het programma bijgestuurd en mijn vlucht geschrapt. Pas in 1991 werd ik opnieuw geselecteerd als reserve-astronaut. Eén van de astronauten is toen ziek geworden en daardoor kreeg ik de kans om hem te vervangen. De andere bemanningsleden waren allemaal Amerikanen en ook de andere reserve-astronaut was een Amerikaan. Maar blijkbaar heeft mijn ervaring als ingenieur de doorslag gegeven. Men had een fysicus nodig die zich met een aantal concrete experimenten kon bezighouden.

 

Hoe voelde u zich de eerste dagen na uw terugkeer op aarde?

Bij de landing werd ik overmand door een gevoel van tevredenheid. De eerste weken heb ik het erg druk gehad met medische onderzoeken en de debriefing. Ik heb dus niet veel tijd gehad voor allerlei bespiegelingen.

 

Besefte u op dat moment dat u in België een vedette was geworden? Heel het land sprak over u!

Dat heb ik gemerkt, op een grappige manier. Een maand na mijn vlucht, toen ik voor het eerst even vrij kreeg, besloten mijn echtgenote en ik een weekend naar New Orleans te gaan. Toevallig bracht toen ook een groep van 300 Belgen een bezoek aan die stad. Voortdurend kwam ik groepjes Belgen tegen die me aanspraken, feliciteerden, bedankten… Toen mijn echtgenote en ik een restaurant binnenstapten, begonnen mensen spontaan te applaudisseren. Veel rust hebben we dus niet gehad in New Orleans. Maar goed, het was allemaal sympathiek en goed bedoeld.

 

Laat men u nu wat meer met rust?

Ik word nog regelmatig herkend en begroet, vooral als ik in Brussel ben. De mensen zijn steeds erg vriendelijk en ik ben nog nooit iemand met slechte bedoelingen tegengekomen, maar het is wel wat vermoeiend, vooral voor mijn echtgenote en mijn familie. In tegenstelling tot sterren uit de filmwereld of de showbizz, heb ik nooit bekendheid gezocht. Een zanger of acteur heeft steeds een film of plaat te promoten. Ik niet. Maar goed, we kunnen de mensen toch niet verbieden om sympathie te voelen voor mij en me dat te komen zeggen!

 

Heeft u nog tijd voor hobby’s?

Ik ben een groot operaliefhebber, en in die hoedanigheid ben ik benoemd tot covoorzitter van de vzw Vrienden van De Munt. Momenteel bereiden we een aantal feestelijkheden voor rond de twintigste verjaardag van onze vereniging. Daarnaast ben ik ook een fervent bridger.

Denis Crepin
(Vertaling: S.V.)

   
   
 
Gelijkende artikels

-
-

Alle artikels over eenzelfde thema

 



   

  Maak startpagina Startpagina Voeg deze pagina toe aan uw favorieten Favorieten Print Print Reageer op deze pagina Reageer Stuur deze pagina door Stuur door


Nieuws - Index
Beurzen
BRESA
Centrale Raad
Clubs in actie
Conventie

Gezondheid
Interact
Internet
Interview
NVSG

PolioPlus
Prijzen
Rotary Basics
Rotary Foundation
Rotary
VBRCOS
Vriendenkringen
Water
Wetenschap
ZZG

[Top pagina]

 

 
Contacteer ons | Zoeken | Hulp
Gebruiksvoorwaarden © 1997-2009