De officiële website van Rotary in België en Luxemburg       District 1620 District 1630 District 2170  
Rotary België - Luxemburg  
Home | Publieke ruimte | Nieuws | Agenda | Download Center | Hulp  
  Nieuws nl | fr
 
U bent hier: Home > Nieuws > Interview > Patrick Peremans: van Rotary Contact naar de Senaat
 
 
   
  Nieuws
   
  Nieuws
   
  Archieven
   
  Nieuws per thema
   
   
   
   
 

Nieuws

 


Patrick Peremans: van Rotary Contact naar de Senaat - 10/10/2008

Patrick Peremans
Patrick Peremans

Bijna 25 jaar geleden, meer bepaald in juli 1984, liep de eerste editie van Rotary Contact van de persen. Patrick Peremans maakte als jonge redactiesecretaris de ‘pioniersperiode’ van Rotary Contact van nabij mee. Daarna ging hij aan de slag bij de Senaat, waar hij doorgroeide tot directeur van de communicatiedienst. Voor dit jubileumnummer blikt hij graag eens terug in de tijd.

 

Hoe bent u bij Rotary Contact terechtgekomen?

Heel eenvoudig: door te reageren op een jobadvertentie. Ik was de eerste werknemer van PRU (Publications Rotariennes – Rotary Uitgaven, de voorloper van Rotary BeLux Services, nvdr). De redactie was toen – nogal krap – gehuisvest in de Verenigingstraat. De Brusselse Rotariër Franz De Breucker had daar een pand voor zijn postzegelclub. Op de verdieping boven mij zat een mevrouw Johansson, die als secretaresse werkte voor Rc Bruxelles. Later verhuisden we naar de Hertogsstraat en daarna naar de Congresstraat.

 

Was dit uw eerste job?

Neen, tijdens mijn studententijd werkte ik al voor Het Laatste Nieuws. Elke avond corrigeerde ik teksten. Daarna heb ik een jaar als burger op de persdienst van Landsverdediging gewerkt.

 

Wat hield uw job bij Rotary precies in?

Ik had van PDG Emiel Sanders, stichtend voorzitter van PRU, twee opdrachten gekregen: een tijdschrift maken en een jaarboek uitgeven. Voor het tijdschrift bestond er een redactiecomité onder leiding van Daniel Bonnewyn (Rc Mons-Bruyères). Dat kwam elke week samen. Rotary Contact verscheen toen tweewekelijks, op 18 pagina’s. Het redactiecomité was zeer toegewijd maar kon wel eens lang discussiëren over kleinigheden, waardoor het werk traag vorderde. Ik knipte en plakte een ruwe lay-out van de bladzijden op grote gerasterde papieren. Daarmee ging ik dan, met het openbaar vervoer, naar de drukker in Anderlecht.

 

Hoe was de reactie van de clubs?

Grotendeels positief, al werd de beweging naar meer centralisatie door sommige clubs wat argwanend bekeken. Zij stonden op hun autonomie. Als gebaar van goede wil brachten we in de eerste nummers telkens het portret van een club, te beginnen met de oudste. Die club mocht ook kiezen wat er op de cover kwam.

 

Wat verscheen er verder in het tijdschrift?

Nieuws van RI, de districten en de clubs. Van clubs kregen we regelmatig de uitgeschreven tekst van een voordracht. In het begin publiceerden we maandelijks ook de opkomstcijfers van elke club. Verder was er een agenda. Daarvoor moesten de clubs een rooster invullen met een beperkt aantal vakjes. Iedereen wou daar natuurlijk optimaal gebruik van maken, wat wel eens leidde tot leuke neologismen bij de afkortingen. Na een tijdje zijn we begonnen met dossiers over ‘sport’, ‘milieu’ en dergelijke. Daarvoor contacteerden we dan Rotariërs die op dat domein actief waren.

 

Kregen jullie veel controle van RI?

Nauwelijks. Elke maand kwam er een grote witte enveloppe toe van de hoofdzetel, met daarin publicatiemateriaal zoals de boodschap van de RI-voorzitter. We zorgden ervoor dat we aan de minimumvoorwaarden voor de erkenning als RI-tijdschrift voldeden. We hebben ook eens bezoek gekregen van een charmante jongedame van het kantoor in Zürich, die vond dat we goed bezig waren.

 

Wat vond u het moeilijkste en het aangenaamste aan uw werk?

Het moeilijkste was af te wegen wat de clubs over zichzelf belangrijk vonden – en dus gepubliceerd wilden zien – en wat belangwekkend was voor de lezers. We moesten regelmatig teksten weigeren of drastisch aanpassen. Dat kon niet altijd op begrip rekenen.

Het aangenaamste vond ik de interviews met Rotariërs over hun bezigheden. Twee gesprekken zullen me altijd bijblijven: dat met Jacques Rogge, toen actief bij het Belgisch Olympisch Comité, en dat met Eugène Traey, directeur van de Koning Elizabethwedstrijd. Allebei bijzonder intelligente en vriendelijke persoonlijkheden. Daarnaast ben ik ook onder de indruk geraakt van talloze Rotariërs die door hard werken een bloeiende praktijk of KMO hebben opgebouwd.

 

Hoelang heeft u voor Rotary gewerkt?

Bijna vijf jaar: van mei 1984 tot maart 1989.

 

Waaruit bestaat uw huidige functie?

Ik ben bij de Senaat van start gegaan op de dienst Protocol en Onthaal, die instaat voor de ontvangst van bezoekers. Toen ik er vijf jaar werkte, vroeg men mij een communicatiedienst op te richten. Ik begon er in mijn eentje, nu heb ik acht medewerkers. We onderhouden de mediarelaties, staan in voor de publicaties en bouwen aan een Platform voor Burgerzin en Democratie.

Voor een instituut als de Senaat is persaandacht niet evident. Er zijn in ons land zeven parlementen, die allemaal hun activiteiten bekend willen maken. Daarnaast is er nog een plejade van politieke en semi-politieke actoren die eveneens naar media-aandacht hengelen. Anderzijds is er voor dit soort berichtgeving steeds minder plaats in de media. We proberen dus zoveel mogelijk service te bieden aan de journalisten, gaande van ‘hapklare’ teksten tot foto- en videomateriaal.

Op vraag van Leo Delcroix, destijds quaestor, ben ik begonnen met een tijdschrift van en over de Senaat. Nu hebben we uiteraard ook een website en we werken aan een e-zine. Intern verspreiden we een nieuwsbrief en voor bezoekers stellen we een film ter beschikking. In samenwerking met de Koning Boudewijnstichting bereiden we ook een DVD voor over de parlementaire democratie, vanuit het standpunt van de jongeren.

Ons Platform voor Burgerzin en Democratie is nog maar een jaar actief. Het moet de mensen helpen vormen tot verantwoordelijke en kritische burgers, bijvoorbeeld met ‘herinneringseducatie’. Daarom hebben we in Brussel een themawandeling uitgestippeld rond de Tweede Wereldoorlog. We hebben ook een aantal projecten voor leerkrachten.

 

Heeft u nooit overwogen om zelf Rotariër te worden?

Op het einde van mijn periode bij Rotary Contact, ben ik gepolst door een Brusselse club. Ik ben er toen naar enkele vergaderingen geweest en heb er interessante mensen leren kennen. Als 29-jarige voelde ik me er toch niet helemaal op mijn gemak. Ook budgettair lag een lidmaatschap niet voor de hand.

Enkele jaren geleden is mijn schoonbroer lid geworden van de nieuwe Rc Gavere. Ik ben daar gaan spreken over de Senaat en ik vond de sfeer er opperbest. Later heb ik een voordracht gegeven bij Rc Brugge, waar men mij gepolst heeft. Momenteel is het lidmaatschap van Rotary echter moeilijk te combineren met mijn professionele en gezinsleven. Maar ik sluit niet uit dat ik op een dag wel de stap zet…

Steven Vermeylen

   
   
 
Gelijkende artikels

-
-

Alle artikels over eenzelfde thema

 



   

  Maak startpagina Startpagina Voeg deze pagina toe aan uw favorieten Favorieten Print Print Reageer op deze pagina Reageer Stuur deze pagina door Stuur door


Nieuws - Index
Beurzen
BRESA
Centrale Raad
Clubs in actie
Conventie

Gezondheid
Interact
Internet
Interview
NVSG

PolioPlus
Prijzen
Rotary Basics
Rotary Foundation
Rotary
VBRCOS
Vriendenkringen
Water
Wetenschap
ZZG

[Top pagina]

 

 
Contacteer ons | Zoeken | Hulp
Gebruiksvoorwaarden © 1997-2009